Help me

Ik stond daar voor die muisstille zaal. Ik was gelukkig. Tot het gefluister begon, het onderdrukte gegiechel. En de harde waarheid tot me doordrong.

De mensen dachten dat ze naar een voorstelling zaten te kijken. Een enge voorstelling, dat wel. Van iemand die zich misschien iets te veel inleefde in zijn rol, zich net te veel had verdiept in de waanzin die hij wilde verbeelden. Maar toch. Een voorstelling.

Tevreden lieten ze zich achterover zakken. Straks gingen de lichten aan, de deuren open, misschien nog een drankje in de lobby, maar dan moesten ze toch echt op huis aan.

Alleen die man, de man op de eerste rij.

Hij keek me aan, smekend. Op zijn voorhoofd stonden glimmende druppeltjes zweet, zijn handen trilden. Hij boog voorover, pakte iets onder zijn stoel vandaan, vouwde het uit. Het was een windjack, een paars windjack. Hij viste een zakdoekje uit een zijzak, depte zijn voorhoofd.

Zijn dochter, die de hele avond verveeld om zich heen had zitten kijken, leek eindelijk te merken dat er iets mis was. Ze fluisterde iets in haar vaders oor. Hij antwoordde niet. Ze kneep in zijn hand. Geen reactie. Ze knoopte het bovenste knoopje van zijn overhemd los, met een papieren zakdoekje veegde ze het zweet van zijn voorhoofd.

Haar vader pakte haar hand, kneep hem bijna fijn, zijn gezicht dicht bij het hare, asgrauw, drijfnat.

‘Help me,’ bracht hij steunend uit, ‘alsjeblieft, help me…’

Uit het verhaal ‘Macht’

Verzoeningseten

Ik hoor er niet bij. Niet op het eerste gezicht, tenminste. Gitzwarte krullen, gebronsde huid. De ogen die ze opzetten als ik me voorstel. Kees Kramer. Kan ik er wat aan doen? Het dorp gonsde van de geruchten. Die gastarbeider bij Walders Keramiek en mijn hoogblonde moeder. Mijn vader (donkerblond) sloeg de kwaadsprekers een voor een de tanden uit de bek. De vrouwen sloeg hij via hun echtgenoten. Uiteindelijk sloegen ze terug. En hard ook. Honkbalknuppels, ijzeren staven. De schade was blijvend. Kapotte zenuwen. Weg geur, weg smaak. Je kon ‘m stront voorzetten. Dat hebben ze ook gedaan, tijdens het verzoeningseten. Zo uit de ijskast. Chocolademousse is zijn favoriete toetje. Hij at met smaak, de herinnering aan smaak. Daarmee was het klaar. Mijn vader had boete gedaan, al besefte hij het zelf niet. Toen hij thuiskwam, was mijn moeder zo verstandig niks te zeggen. Ze gaf hem wel een pepermuntje.

Uit het verhaal ‘En geen zuchtje wind’

Vliegjes

Een paar weken voor hij Candy ontmoette, nu toch alweer een jaar of tien terug, had Johnny ontdekt dat hij langzaam maar zeker werd opgepeuzeld door vliegjes. Ze kropen onder zijn kleren, namen minuscule hapjes die voelden als de prikjes van een injectienaald. De beestjes waren duivels discreet, zelfs Johnny’s dokter kon niks bijzonders ontdekken, wel vond hij de poriën wat vergroot. ‘Zo werken ze, de kleine motherfuckers,’ fluisterde Johnny, ‘begrijp dat nou.’ De dokter had zijn schouders opgehaald en een kalmeringsmiddel voorgeschreven. Maar Candy, die door haar Indische oma was ingewijd in de geheimen van de Stille Kracht, nam zijn klachten serieus. Ze verbrandde al zijn kleren, liet het bad vollopen, goot er een bitter riekend kruidenmengsel in dat haar oma speciaal voor de gelegenheid had gebrouwen en gebood Johnny zeven keer achter elkaar minstens een minuut onder water te blijven. Daarna was het gedaan met de vliegjes. Johnny had Candy meteen ten huwelijk gevraagd.

Hoewel ze al sinds haar vroegste tienerjaren fan was van Johnny, had Candy nee gezegd. Vanwege het leeftijdsverschil natuurlijk, en vanwege de verhalen. Onhandelbare Johnny, onbetrouwbare Johnny, na iedere set een nieuw meisje Johnny, Johnny de beroemdste junk van Nederland. Maar toen schreef Johnny speciaal voor haar een liefdesliedje, meteen zijn laatste grote hit, en voor ze het wist stond Candy in het Amsterdamse stadhuis, verblind door flitslicht, met naast haar een manisch grijnzende Johnny, die wisecrack na wisecrack in de microfoons fluisterde.

Uit het verhaal ‘Johnny tu n’est pas un ange’

Copyright

…  Begin 19e eeuw krioelde het in Brussel van de roofdrukkers die schatten verdienden met illegale uitgaven van bestsellers van Franse schrijvers. Victor Hugo, die heel veel geld misliep door al die illegale exemplaren, loste dat op door zijn werk bij zo’n roofdrukker onder te brengen. Die roofdrukker werd van de ene op de andere dag een voorvechter van het copyright. En niet alleen in de rechtszaal. Om er 100% zeker van te zijn dat er echt niemand met ‘zijn’ boeken aan de haal kon gaan, kocht hij z’n vroegere collega’s op de illegale markt gewoon uit.  (Als ik me ‘t verhaal tenminste goed herinner.) …

Hallo

Concept, copy & ontwerp: Tom Veldman

Mijn studententijd

Net verschenen bij L.J. Veen: de verzamelbundel Mijn studententijd. Met verhalen van Maarten ‘t Hart, Herman Brusselmans, Hanna Bervoets, Thomas Rosenboom en ondergetekende.

Gokhal Stadsschouwburg

Cultuurkaartjes gaan binnenkort naar het hoge BTW-tarief van 19%. De mazen in de wet:

F.C. Scapino Ballet:beginnen iedere dans/theatervoorstelling met een (korte) voetbalwedstrijd. (Juist, voetbalwedstrijden vallen onder het lage BTW-tarief.)

Vakantiewoning Koninklijke Schouwburg: zet op een cultuurkaartje niet meer de titel van de voorstelling, maar de duur van het verblijf. (Jazeker, de verhuur van vakantiewoningen valt onder het lage BTW-tarief.)

Circus Shakespeare: zet iedere acteur een clownsneus op. (Geen grap: ook circusvoorstellingen vallen onder het lage BTW-tarief.)

Pretpark Concertgebouw: zet een glijbaan neer in de lobby van het Concertgebouw. (Inderdaad, pretparken vallen onder het lage BTW-tarief.)

Gokhal Stadsschouwburg: laat toeschouwers gokken op de afloop van een theatervoorstelling (wordt het tranen met tuiten of een bevrijdende lach?). (Ja, ook gokhallen vallen onder het lage BTW-tarief.)

Online première Hemel & Hel

De opdracht: maak binnen 48 uur een korte film (max. 7 minuten zonder aftiteling) in een door loting bepaald genre en verwerk in die film een aantal vaste elementen. Wij trokken, vrijdagavond rond half acht, het genre ’silent film’. De vaste, door alle 37 teams te gebruiken elementen waren: (1) het personage Kees of Kersten Neumann, haikudichter, (2) de zin ‘De zomer is voorbij’ en (3) er moest een goudvis in de film voorkomen. We sloegen aan het brainstormen, daarna sloeg ik aan het schrijven, zaterdagochtend begonnen we te filmen, zondag werd er gemonteerd, om half zeven leverden we in. Het resultaat – de kortfilm ‘Hemel & Hel B.V.’ – beleefde om acht uur vanavond z’n première in bioscoop Rembrandt te Utrecht en staat nu, drie uur, later al online. Zo snel gaat dat tegenwoordig. Bekijk ‘m aandachtig op volledig scherm (anders mis je de special effects) en zet het geluid aan (de muziek is prachtig). Morgen weten we of ‘Hemel & Hel’ in de prijzen is gevallen.

<

Hemel & Hel B.V. from Stefan Bijnen on Vimeo.

Een man die op papier

Nu in de betere boekhandel: de herfsteditie van het literaire tijdschrift Kortverhaal (voorheen De Tweede Ronde) met heel veel mooie verhalen en een selectie uit mijn ‘Een man die’-s.

Een vrouw die

het een schande vindt dat een voorstelling van een half uur op het Poppenkastfestival maarliefst €2,50 kost. ‘Stel,’ zegt ze tegen de meneer en de mevrouw achter de kaartverkoop, ‘ik neem twee kinderen mee naar alle voorstellingen. Dan zou ik verdorie €60,- kwijt zijn.’ De meneer en de mevrouw achter de kaartjesverkoop kijken de vrouw welwillend aan. Ze vragen niet waarom ze haar kinderen bloot wil stellen aan zes uur poppenkast.  Ze zeggen niet: ‘Moeten deze mensen dan voor niks optreden?’ Ze zeggen: ‘Als u het zo bekijkt, is het inderdaad duur.’ De vrouw zegt: ‘Een elitefestival, dat is het. Ik neem mijn kinderen wel mee naar de Efteling.’ Als de mevrouw achter de kaartverkoop na een ingehouden schaterlach antwoordt dat dat pas echt in de papieren gaat lopen, roept de vrouw: ‘Maar voor de Efteling kun je zegeltjes plakken.’ Even later vervoegt de vrouw zich bij twee wachtende vriendinnen. ‘Stel,’ zegt ze, ‘ik neem twee kinderen mee naar alle voorstellingen. Dan zou ik verdorie €70,- kwijt zijn.’ Eén vriendin laat het bij een moedeloos hoofdschudden, de ander zegt: ‘Schandalig.’